S&P in de media: “Werkgever mag niet belastingvrij helpen bij keuzebegeleiding pensioen”

Artikel van Djaja Ottenhof voor PensioenPro

Djaja Ottenhof interviewde S&P collega Tim van den Broek en Michael Visser van het Nibud over het feit dat werkgevers hun werknemers niet belastingvrij mogen helpen bij keuzebegeleiding pensioen. Lees hieronder het artikel uit Pensioen Pro.

Werkgever mag niet belastingvrij helpen bij keuzebegeleiding pensioen

Als werkgevers extra advies bieden aan werknemers naast de keuzebegeleiding van een pensioenfonds, moet daarover belasting worden betaald. Deze regel, onlangs bevestigd door de Belastingdienst, zou moeten veranderen, menen Michael Visser van het Nibud en Tim van den Broek van Söderberg & Partners.

Een kennisgroep van de Belastingdienst heeft geconcludeerd dat sprake is van loon als een werkgever keuzebegeleiding door het pensioenfonds aanvult met persoonlijk advies. Dat betekent dat een werkgever loonbelasting moet betalen over de advieskosten.
Voor werknemers betekent dit dat hun inkomen op papier hoger is. Dit werkt door in inkomensafhankelijke regelingen zoals toeslagen. Een werknemer die €30.000 bruto verdient en voor €500 advies krijgt, ziet bijvoorbeeld de zorgtoeslag dat jaar met €60 dalen.
Visser, wetenschappelijk medewerker bij het Nibud, vindt het een gemiste kans.

‘Eigenlijk moet iedereen dezelfde laagdrempelige toegang krijgen tot persoonlijke keuzebegeleiding. Nu is dat grotendeels afhankelijk van de pensioenuitvoerder. Niet voor niets pleitten we vanuit het Nibud voor een bredere infrastructuur voor informatie over pensioenkeuzes. Zeker voor lagere of middeninkomens is het goed als de werkgever wat extra kan aanbieden, als ze de pech hebben dat ze bij een fonds zitten met een karige keuze begeleiding.’

Uitruilen

Keuzebegeleiding gaat onder andere over keuzes bij pensionering. Denk aan de keuze voor hoog-laag pensioen, een bedrag ineens, of het uitruilen van nabestaandenpensioen. Voor dat soort keuzes is belangrijk hoe het volledige financiële plaatje van deelnemers in elkaar zit.

Uit onderzoek door adviesbureau Söderberg en de Universiteit Maastricht bleek vorig jaar dat persoonlijke begeleiding in aanvulling op online hulpmiddelen effectiever is dan alleen online ondersteuning, vertelt Van den Broek. ‘De combinatie van techniek en mens geeft een goed resultaat. Het zorgt er met name voor dat deelnemers zich er bewuster van worden, dat ze onbekwaam waren zonder dat ze dat wisten. Ze maken daarna ook bewuster keuzes.’

Hij verwacht dat het standpunt van de Belastingdienst ertoe leidt dat werkgevers vooral naar hun pensioenfonds kijken voor keuzebegeleiding. ‘Dat zijn de partijen die het wettelijk moeten doen. Hoe meer zij oppikken, hoe minder er nodig is aan de kant van werkgevers. Ik snap dat de belastingdienst vastzit aan wetgeving, maar tegelijk wordt wel gevraagd dat mensen zelf de regie nemen over hun pensioen. Echt financieel advies gaat al snel in de papieren lopen. Een intermediair rekent tussen de €500 en €1.000 voor een totaal financieel plan. Die fiscale facilitering zou er moeten komen, willen we dit vraagstuk goed aanpakken.’

Strikt onderscheid

Ook Visser pleit voor verandering van de fiscale spelregels. ‘Ik denk dat het goed is om na te denken of je zo’n strikt onderscheid moet willen tussen uitvoerder en werkgever. Je zou het vanuit de belastingoptiek in algemene zin wat vriendelijker kunnen behandelen, zodat wie behoefte heeft aan advies, dat kan krijgen. Het zou jammer zijn als de fiscaliteit hier drempels opwerpt.’

Hij wijst erop dat een andere kennisgroep van de Belastingdienst onlangs concludeerde dat bemiddelingskosten bij een lijfrente soms wel weer aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting. Het gaat specifiek over kosten voor de verwerving, inning en behoud van de uitkeringen. Mensen moeten die kosten dan bij hun belastingaangifte opgeven.

‘Hoewel dit in een verder verwijderd verband met het onderwerp van pensioenadvies te maken heeft, kun je je afvragen waarom dit alleen geldt voor lijfrentes en we dat niet doortrekken naar pensioen. Er zitten duidelijke overeenkomsten tussen de twee situaties’, aldus Visser.